De Wambashoeve werd vroeger ook "Sinte Martijns" genoemd en is ontstaan

als afsplitsing van het oude "Hof ten Broeke" (gelegen aan de overzijde van de Brusselstraat).

Bij de eerste verplichte schriftelijke registratie van onroerende goederen door 'de Nederlanden', in 1641, was de hoeve verpacht aan de familie 'Wambeze', vandaar de naam Wambashoeve.

 

De hoeve werd opgetrokken in verankerde bakstenen en boven de twee buitendeuren van

het woonhuis verfraaid met de typische ovale bovenlichten gemaakt uit zandsteen

 

Veder is de dakrand getooid met een fraaie arduinen kroonlijst, waarop zich het

afgewolfde zadeldak bevindt, met dakkapellen en zadelruiter.

 

Na enkele rustige jaren kreeg de Wambashoeve op het einde van de 17e eeuw te maken

met vernielingen door de oorlogsvoering van Lodewijk XIV en werd ze in 1696 bijna volledig verwoest

door de legerbendes die de streek teisterden.

 

Door een gebrek aan geld werd de hoeve slechts halverwege de 18e eeuw heropgebouwd.

Na de inbeslagname van de hoeve door de Franse Republiek, werd deze in maart 1797 verkocht aan ene 'Vidat'.

Waarne ze omstreeks 1835 in handen kwam van de gebroeders Ferdinand en Prosper Spitaels, Burgemeester en succesvol industrieel.

 

1874 werd het Hof ten Wambas samen met het Hof ten Broeke verkocht aan Graaf Karel de Kerckhove de Denterghem. Deze verkocht de hoeve op zijn beurt in 1959 aan de familie Maquestiau.

 

Waarna de hoeve in 1978 in handen kwam van de huidige eigenaars, de familie Devos.